Aanmelding
De meeste kinderen die worden aangemeld voor
speltherapie worden verwezen via basisschool of huisarts. Maar ook
ouders zelf kunnen hun kind voor speltherapie aanmelden.
Intake
Hierna wordt er een afspraak gemaakt voor een
intakegesprek. Tijdens dit gesprek kan een ouder de problemen aan de
therapeute voorleggen en wordt er gesproken over de algehele
ontwikkeling van het kind. Dit gesprek is zonder kind. Ouders kunnen
dan ook alvast een kijkje nemen in de spelkamer. Na dit gesprek
beslissen speltherapeute en ouders om al dan niet met speltherapie te
starten.
Observaties en behandelplan
Na dit intakegesprek maakt de therapeute kennis met
het kind. Door 2 à 3 spelobservaties krijgt de speltherapeute
een beeld van het kind en zijn voorgeschiedenis. Ze maakt een verslag
van de observaties en bespreekt dit met de ouders. Er wordt opnieuw
gekeken of speltherapie op dit moment de juiste weg is. In sommige
gevallen kan het zijn dat de speltherapeute adviseert om een andere
vorm van hulp te zoeken of nader onderzoek te laten doen bij een
specialist.
De verkennende fase
Het kind komt meestal een keer per week en mag gedurende 60 minuten vrij uit spelen.
In het begin van de therapie zal het kind zich
oriënteren op de situatie, de therapeute , de ruimte en het
materiaal. In deze fase leren het kind en de therapeute elkaar kennen.
Een goede relatie is erg belangrijk voor het verloop van de therapie.
Het kind wil weten waar het aan toe is, wat de grenzen van de
therapeute zijn en de regels van de spelkamer. Als dit voor het kind
duidelijk is, is er ruimte om zich veilig te voelen en een relatie met
de therapeute op te bouwen.
De verbeeldende en verdiepende fase
Spelen kan het kind pas als het zich veilig en vrij voelt.
Wanneer het kind in het spel met de therapeute heeft
geleerd en begrepen dat het vrij kan en mag uiten, èn dat het
geaccepteerd wordt, durft het ander gedrag uit te proberen.
De speltherapeute praat met de ouders en eventueel
andere betrokkenen. Ze bekijken of er veranderingen merkbaar zijn. Het
gebeurt wel eens dat de kinderen doorschieten in ander gedrag dat niet
past. Dat is soms even wennen. Na het uitproberen van het nieuwe gedrag
op school en thuis, komt het vaak weer in evenwicht. Het gedrag gaat
passen bij de situatie.
Tegen het einde van de therapieperiode kan de
therapeut met het kind praten over gevoelens, belevingen en ervaringen
uit het begin van de therapie. Het spel wordt minder beladen en het
kind is emotioneel sterker geworden.
De afsluitende fase
Wanneer het kind, de ouders en de therapeut het met
elkaar eens zijn dat de doelstelling van de therapie is bereikt, wordt
er een plan gemaakt hoe de therapie kan worden afgerond.